Het staat er echt boven : 7 oktober 2013. M'n laatste verhaaltje op deze plek. Dat is dus ruim 4 maanden terug. Terwijl het de bedoeling was om dit elke week te doen. Lukte niet. Verhuizing, nieuwe studio. En veel, heel veel opdrachten. Het lijkt dus beter te gaan, maar hier moet wel iets gebeuren. Over die studio wil ik nog wel iets meer vertellen. Maar ik moet nu dus even opnieuw beginnen.
Zomaar een willekeurig beeld van de afgelopen tijd. Een "bijvangst" foto. Niet de opdracht, wel even meegeschoten. Omdat alle personen op de foto er helemaal goed opstaan. Zonder regie, onbewust van mijn aanwezigheid. Snel meer. Echt.
woensdag 19 februari 2014
maandag 7 oktober 2013
Roze gloed
Vitro Plus is een kwekerij voor varens ergens ver weg in Zeeland. Ze leveren en kweken er twintig miljoen per jaar. Waarvoor die allemaal gebruikt worden is mij een raadsel, maar indrukwekkende getallen zijn het wel. Men maakt daar gebruik van een hele nieuwe techniek om de plantjes te belichten en dus flink te doen groeien. Met rode en blauwe led lampjes. Die geven samen een mysterieuze roze sfeer. Probleem bij deze foto was dat daardoor ook de modellen gezellig roze opgloeiden. Ik moest er dus flink wat flitslicht tegenaan gooien om ze een normale huidskleur mee te geven. Er staan hier 4 flitsunits verstopt tussen de stellingen zodat de mannen er in ieder geval nog een beetje gezond uit zien. Foto is gemaakt voor het tijdschrift Innoveer van Syntens.
maandag 2 september 2013
Dilemma bij het afwerken
Het komt omdat ze op zaterdagochtend op de keukentafel liggen, of omdat mijn waarneming nogal beperkt is misschien, maar mijn beeld over fotografie van NU wordt voor een groot deel bepaald door de magazines die bij de krant zitten. Er bestaat natuurlijk zoiets als “tijdloze fotografie”, maar als ik het vergelijk met bladen van 10 jaar terug dan zie ik grote verschillen. En dan doel ik niet op het standpunt of op de inhoudelijke kant. De foto’s zagen er gewoon “normaler” uit. Bij de redactie van de bladen leverde je een selectie van je dia’s in en het gedrukte eindresultaat week niet echt af van wat er ter plekke met de camera was gemaakt. Het kwam min of meer overeen met wat ik op de lichtbak had gezien. Het uiterlijk van het beeld ontstond al voor 95 % op locatie.
Na een bezoekje aan het lab zat de klus er op.
Dat gaat nu anders : het ruwe beeld wat uit de camera komt is nog lang niet het eindproduct, en kan nog op vele manieren ontwikkeld worden. Ik heb talloze filters tot m’n beschikking om mijn foto om te zetten naar zwart-wit, om de verzadiging flink terug te nemen en storende elementen te verwijderen. Of om 1 tint juist extra te benadrukken, ruis toe te voegen of te verwijderen. Een gang met 40 deuren, je moet iets kiezen maar kan ook alle kanten op. En dat maakt nogal verschil. Niet iedere redactie zal staan te juichen bij sommige extremiteiten, maar in de eerder genoemde toonaangevende magazines zijn ze er volgens wel heel blij mee. Als voorbeeld drie manieren om 1 foto af te werken. Basisbeeld, “desaturated” en zwart-wit. Wat is nou de mooiste, de beste ? Nu zou ik kiezen voor de minst verzadigde in kleur. Maar over 10 jaar denk ik daar waarschijnlijk heel anders over. Niet echt tijdloos dus.
Maar wel erg van nu.
Maar wel erg van nu.
maandag 26 augustus 2013
Fotogeniek
Bij veel producties worden geen modellen meer ingezet, maar rekruteert men uit eigen gelederen. Dat heeft te maken met krappe budgetten of de hogere realiteitswaarde van “echte” mensen. Voor de fotograaf soms wat lastiger omdat ze vaak geen enkele ervaring hebben met poseren. Of omdat de voorkeur van de klant niet altijd per se op basis van “uiterlijke verschijningsvorm” gebaseerd is. Om het voorzichtig uit te drukken.
Maar soms tref je het, en blijkt het beoogde model echte kwaliteiten op dit gebied te bezitten. Voor een studiegids van een “Hospitality” opleiding ( ff googelen ) ging ik pad met een groepje studenten. Echte natuurlijk. Gewoon beetje rondlopen in en om de school. Geënsceneerde spontaniteit zeg maar. Ze waren allemaal zeer geschikt, en deden keurig wat ik vroeg. Maar er was er een bij die er uitsprong wat mij betreft. Deze twee foto’s vielen een beetje buiten het kader van de opdracht, maar laten goed zien wat ik bedoel.
maandag 1 juli 2013
Puinruimen
De lastigste klus die ik de laatste tijd heb gedaan was het fotograferen van mijn eigen huis. Dat gaat namelijk in de verkoop, en dan maak ik de foto’s natuurlijk zelf. Uiteraard.
Het is moeilijk om afstand te nemen van iets waar je dagelijks rondloopt. Een hoop zaken vallen je niet meer op. Rare stapeltjes kranten die nog gelezen dienen te worden, bergen van kleding die niet vies maar zeker ook niet schoon zijn. Roeimachines die ongebruikt in een hoek staan en meer weg hebben van een dure kapstok. En het allerergste : de onbegaanbare kamer/grot van de puber.
De makelaar liep wel even rond om wat tips te geven. Geen Kruidvat handzeep op het aanrecht, maar eentje van Rituals. Olijfolie in een mooi kannetje en niet in een 5 literfles van de turk om de hoek. Verse bloemen in een vaas die niet in elke ruimte terug mag komen. Geen douchegordijn met bruine randen.
Dus ziet mijn huis er nu uit alsof het in de VT Wonen komt te staan. Strak en clean. Wie leeft zo ? Ik heb ook nog nooit zo’n volle fruitschaal gehad. Onwerkelijk. Het zal niet lang duren tot de stapeltjes weer terug zijn. Maar ik doe m’n best, het moet natuurlijk wel blijven lijken op de foto’s. Voor als er straks kijkers komen. Hoop ik.
dinsdag 18 juni 2013
Wegduiken !
Als ik op straat ga fotograferen en m’n camera op argeloze voorbijgangers richt, dan moet ik altijd even ontdooien. Beetje los komen, schroom opzij zetten en voor ogen houden dat ik een missie heb. En zeker niet stiekem proberen te werken. Klikken en dan fluitend de andere kant opkijken. Nee, gewoon duidelijk aanwezig zijn en laten zien dat ik ontspannen bezig ben.
Mensen hebben dan de keuze om zich er aan te storen of ze zullen gewoon voorbij lopen zonder op mij te letten. Mijn ervaring is dat als ik uitstraal dat dit allemaal heel normaal is er verder niets aan de hand lijkt, en niemand mij aanspreekt om te vragen waarvoor dit toch allemaal is.
In Amsterdam in ieder geval. Maar toen ik vorige maand in Londen was ging dat toch een beetje anders. Er hing een rare spanning op straat en iedereen liep heel snel langs. Ik werd vaak strak en boos aangekeken. Een paar keer mocht ik aan de beveiliging gaan uitleggen wat ik aan het doen was. Mijn onderwerpen moest ik voornamelijk in het zakencentrum zoeken, en veel gebouwen daar hadden security voor de deur staan. Politiemensen liepen niet met een pistooltje in een holster maar droegen en enorm machinegeweer voor de borst. Met kogelvrij vest, zonnebril en blik op oneindig.
Maar Engelsen zijn natuurlijk veel beleefder dan Nederlanders. En hebben waarschijnlijk het gevoel dat ze je foto verpesten door gewoon rechtop in beeld te komen. Meerdere keren kwam er iemand langs die zich klein probeerde te maken. Een buiging om niet op te vallen. In een aantal gevallen was ik daar wel blij mee, en leverde het een raar soort situatie op.
maandag 10 juni 2013
Portret van mijn vader
Eigenlijk maak ik heel weinig familiefoto’s. Vreemd misschien, maar het zal wel zoiets zijn als de kinderen van de kapper die met te lang haar rondlopen. En soms is het ook gewoon een keer weekend zonder camera erbij. Toen mijn ouders een paar weken geleden op visite waren moest dit maar eens doorbroken worden. En mocht mijn vader er dus aan geloven. Op de foto. Niet dat dit de eerste keer was : tijdens mijn academietijd waren ze vaker het slachtoffer van mijn soms vreemde foto-ideetjes. Waar wel met plezier aan meegewerkt werd. In de jaren 80 en begin 90 hadden ze een caravan, een plek die op mij een grote aantrekkingskracht had om er allerlei scènes omheen te bedenken.
Nederlandse fotografie ging in die tijd opvallend vaak over gewone alledaagse mensen in volkstuintjes, bij hun caravan en tijdens vakanties. Onder welke categorie dit allemaal viel weet ik niet, maar het was een soort van vastleggen van de Hollandse lulligheid. In trainingspak of korte broek. Met tuinkabouters, huisdieren, vijvertjes en daarachter huilende zigeunerjongetjes aan de muur. Camp. Een beetje neerbuigend naar het burgerbestaan. “How the other half lives”. Zoiets.
En met een overduidelijke invloed van Martin Parr. Ik denk dat het zijn schuld was.
Een stijl of genre wat verdween, maar de laatste jaren ook vaak weer terug te zien is.
Het is natuurlijk leuk om op die manier naar anderen te kijken.
Om mij heen herken ik de momenten nog wel, en zie nog vaak gelijksoortige tafereeltjes. Maar doe er niets meer mee. Ander pad genomen.
Ik maakte dus een gewoon portret. Met daglicht en zonder gekke accessoires of handelingen. Een foto van mijn vader zoals hij nu is. Kwetsbaarder en ouder. Eénentachtig ondertussen en al lang geen caravan meer. Maar hij wilde wel weer en begreep de noodzaak. Misschien had ik iets goed te maken.
Abonneren op:
Posts (Atom)













